BiocidenNederlands

Wat is overgangsrecht?

Nog niet alle biociden vallen onder de Biocidenverordening (BPR). Zo vallen biociden die werkzame stoffen bevatten die zijn opgenomen in het EC Evaluatieprogramma onder de nationale regelgeving totdat er een definitieve beslissing is genomen over de goedkeuring van de werkzame stoffen (en tot 3 jaar daarna). Ook producten waarin nieuwe werkzame stoffen zijn toegepast die nog beoordeeld moeten worden, kunnen een ‘voorlopige toelating’ krijgen.

 

Biociden en overgangsrecht

Onder overgangsrecht moet u een toelating aanvragen in elke afzonderlijke lidstaat waarin u uw biocide op de markt wil brengen. Het biocidedossier moet rechtstreeks bij de bevoegde autoriteit van de betreffende lidstaat worden ingediend. Daar elke toelatingsaanvraag moet voldoen aan de eisen van de betreffende nationale wetgeving, kunnen de aanvraagprocedures en de daaraan gerelateerde kosten sterk variëren van land tot land.

The Chemical Compliance Coach heeft ervaring met het prepareren van biocidentoelatingen onder overgangsrecht in verschillende landen en kan u ondersteunen bij uw aanvraag.

Let op: na de datum van goedkeuring van de werkzame stof valt uw biocide onder de BPR. Om uw product in de handel te (blijven) brengen, moet u uw BPR toelatingsaanvraag hebben ingediend vóór de datum van goedkeuring van de werkzame stof. De Commissiebesluiten om werkzame stoffen voor een bepaalde stof/producttype-combinatie goed te keuren wordt over het algemeen 18 maanden van te voren gepubliceerd.

 

CtgB en Nederlands overgangsrecht

In Nederland zullen deze producten worden beoordeeld door het College voor de Toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) in overeenstemming met de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Wgb). Bezoek de centrale website voor overheidsinformatie over biociden voor meer informatie over wetgeving en handhaving in Nederland.

Het CtgB stelt hoge eisen aan de ingediende aanvraagdossiers. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat het dossier informatie bevat die verkregen uit studies die zijn uitgevoerd door onafhankelijke laboratoria die voldoen aan de criteria voor “Good Laboratory Practice” en “Good Experimental Practice”. Het Ctgb beoordeelt kritisch of alle geleverde studies aan deze criteria voldoen. De eigenlijke beoordeling gaat pas daarna van start. De beoordelingsprocedure is strikt en op wetenschappelijke feiten gebaseerd.

Het kan zijn dat u – net als veel andere bedrijven – tijdens het aanvraagproces ontdekt dat uw organisatie de noodzakelijke kennis ontbeert om aan de vereisten te voldoen. Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Onze Nederlandse consultants kunnen voor u in kaart brengen welke stappen u moet nemen en u helpen om effectief te communiceren met het CtgB.